13-01-2009

VALÉWIE? VALÉRY!




Zojuist het jongste nummer van Deus ex Machina op de mat gevonden. Ditmaal gewijdt aan Paul Valéry (1871-1945). Om preciezer te zijn: aan zijn Cahiers. Paul Valéry - groot dichter, groot filosoof en noem maar op... – schreef er vanaf 1894 tot aan zijn dood iedere ochtend aan – entre la lampe et le soleil. Het leverde uiteindelijk 30.000 pagina’s dagboeknotities op. verwacht van Valéry geen persoonlijke ontboezemingen. De Nederlandse essayist Maarten van Buuren die een paar jaar geleden een selectie uit de Cahiers vertaalde, noemt de notities: ‘oefeningen van de geest, hersengymnastiek’. Daar passen geen persoonlijke beslommeringen bij.
Tijdens de ochtendkoffie begin ik in Deus ex Machina te bladeren. Ik lees hier een regel, daar een alinea.
Ik wordt al in het eerste artikel van Martijn Boven op de vingers getikt: ‘Paul Valéry is de dichter die zwijgt; de denker die weigert filosoof te zijn; de schrijver die de taal in staat van beschuldiging stelt; de expert die volhoudt amateur te zijn....’
Ik sla een bladzijde om. Vanaf de rechterpagina kijkt hij me aan. Bladvullend portret in zwart-wit, veel grijstonen. De heldere ogen vallen op. Priemend en melancholiek. Het zou me niets verbazen als ze lichtblauw waren.
Op de tegenoverliggende pagina: Vertaalde aantekeningen. Katrien Vandenberghe trakteert ons op een selectie uit de Cahiers. Daar ben ik natuurlijk blij mee. Mijn kennis van de Franse taal is abominabel. Ik ben dus afhankelijk van vertalingen. Nou weet ik ook wel weer voldoende van de Franse taal dat je om Valéry te lezen meer nodig hebt dan wat schoolfrans. Ik ben dus dolblij als er ergens weer wat vertaalde aantekeningen van Valéry verschijnen. Een paar jaar geleden bijvoorbeeld in het Valéry-nummer van De Revisor. Jan Fontein nam er een aantal op in zijn bundel Kijk naar de vis. En eindelijk verschijnt er in 2004 bij de Historische Uitgeverij een ruime selectie, ingeleid en vertaald door eerdergenoemde Maarten van Buuren: De macht van afwezigheid.
Waarom boeien die aantekeningen me nu zo? Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: nergens anders vond ik het proces van schrijven zo beklijvend, zo aanschouwelijk beschreven. Over het maken van een gedicht schrijft hij bijvoorbeeld:

‘Door onophoudelijk aan het gedicht te werken, voortdurend te knutselen in de richting van de perfectie, went de schrijver aan verandering, weglating, vervanging van woorden die, door hun gelukkig resultaat, het gezichtspunt van de schrijver veelvuldig veranderen en hem op de terechte gedachte brengen dat het aanvankelijke doel, de oorspronkelijke bedoeling van zijn gedicht niet wezenlijk zijn ; dat hij ze kan en moet loslaten als ich een mogelijk alternatief voordoet – dat ze niet meer zijn dan beginvoorwaarden – openingszetten; totdat zijn aandacht tenlotte in hoofdzaak gericht is op de taal zelf en op de veranderende kracht van taal.
Hij begrijpt, kortom, dat hij via het doel de middelen bereikt en dat doel, dat hem door zijn ongearticuleerde verlangen of zijn aanvankelijke emotie was voorgespiegeld, van geen belang is.’
(vertaling M. van Buuren)

Als ik dat lees, denk ik: dit gaat over mij, over hoe ik werk, over hoe ik schrijf. En ook denk ik: iedereen die in een onbewaakt moment de behoefte voelt om te gaan schrijven moet deze overdenkingen eerst maar eens lezen.
Bij Gide las ik eens dat Valéry bereid was een gedachte op te geven voor een mooie zin. Ik ben het nog niet tegengekomen in de Cahiers maar ik onderschrijf het van harte.
En nu allemaal Deus ex Machina kopen. Nog beter: een abonnement nemen.

http://www.deusexmachina.be

Geen opmerkingen: